willekeur 9
[Illustratie © copyright Adam Adams 2009.]
Wij zijn de filters van het landingslicht dat reikt naar benee’
Onder onze ogen zwelgen zij al helder het leef’ lief in zicht
Onze voeten nemen de stappen zonder spijt met geen sokken geen een
Wij lopen op tenen zodat de affectie overwint in het wilde bos
Wij zijn de oorsprong bron en de connectie al in twee nul een nul
De hypothese van de wetenschap verdwijnt helemaal van de zilveren horizon
Het glas van de automobiel breekt kraakt het bevroren scherm
En de hersens die wij allen heerszuchtig vasthouden verdwijnen in de diepte
De romans die wij willen schrijven zijn als kruiden die groeien in de oneindige tuin
Want diegenen die niet kunnen landen op deze blauwe aarde drijven gelukzalig
En eten vol vreugde van het land de groenten het fruit de puurste lucht
De affectie voor vrouwen doet het al en heel over opnieuw de heuvels de heuvels
Mannen komen allen diep van binnen voor een spruit in de zachte schoot van onsterfelijkheid
Van binnen het glas van bescherming zal zorgdragen voor het kwetsbare leven
Wij zijn nu verbonden aan de straling van verlangen leef leven liefde bloei
En de wortels groeien ondergronds en breken naar het andere buitenste in het licht
En op een dag vol van geluiden het kind zal breken het ijs van vlees benee’
Om de berg te beklimmen op hoger over de velden van kristallen sneeuw
Door pluizige wolken drijven voorbij het landt maar kan niet grijpen de hemel
Van de top het springt en landt zacht voorzichtig op zijn bloemrijke voeten
De eerste prijs voor tsunami van het jaar het jaar van het nummer oh gelukkig
Twee Nul Een Nul ging naar die ene waar de ijzeren en marmeren kust
Met de hoogste ambitie uitnodigde met alle aandacht oh zo opgewonden
De oceaan te landen over zijn kusten hoger dan hij eerder deed
De straling van zware problemen verdween in de al omarmende armen
Van de ene die netjes eet zijn ukelele alsof het een perzik was
En de virussen werden een met koude neuzen die roken
De maaltijd van lichamen die opschoten uit de aarde van benee’
De kamer van snelheid is leeg en droog net als de huid van oude mensen
Wij kunnen de kapel vinden als wij de druppel volgen die stroomt uit onze ogen
De verouderde huid van schapen met ogen die binnendringen in stilte de mensenziel
In onze voeten is een leidend licht dat maakt hen klimmen op de hoogste berg
Wij verdwijnen ergens op het toneel dat niet weet het verschil
Tussen alle steden de dorpen de gehuchten de buurten en oneindigheid
Alleen ben niet in paniek doe het niet zulk een ding blijf kalm neem het rustig licht op
Wij zijn verbonden wij moeten het doen wij hebben het wij allen moeten vinden de draad
Er was eens een breuk in het scherm van eenheid die verdeelt hemels’ ziel
Als een ongeziene saxofoon met geen oren niet een om te horen de verwrongen schreeuw
Wij duiken dieper en dieper achter de ijzeren muur die smelt in de zon
Alsof in een zandloper als boter wij opgaan in de korrel van eindeloze herinnering
En alle genegenheid die stroomt door onze ijdele aderen het stroomt over gelukzalig
Wij willen altijd voelen als deze dag de eeuwen die zijn een tot allen van ons
Om in leven te zijn momenteel is lachen fluiten zingen dansen zo wild
Wervelende derwisjen zo gelijk ben al levend bloei uit ja enkel bloei uit schreeuw
Hoe kwam het dat wij ooit luidkeels huilden?
Waarom maakten wij ons zorgen over het onbekende?
Gingen wij voort want de toekomst ligt vooruit?
Zijn alle delen slechts een mythe of zijn allen verdeeld?
Wie waren wij om te vergeten over het enige een?
About this entry
You’re currently reading “willekeur 9,” an entry on [ ↂ adamadams ✒ ]
- Published:
- 2.5.10 / 12am
- Category:
- nederlands | dutch, poëzie | poetry
- Tags:
- poëzie | poetry

No comments
Jump to comment form | comments rss [?] | trackback uri [?]