de zilver bezielde zee

[Illustratie © copyright adam adams 2010]

De zijden maan rechts draait nader tot mij in een vastgelegen
Groeve scheert hij over en voorbij de horizon links achter onder
De notoir illusoir diepgelegen wateren van de zilver bezielde zee
Waar een doek is gespannen geheel horizontaal om rechtlijnig te
Verduidelijken dat een gulden vlies bewogen door onhoorbare
Krachten dragen zanderig aardse gronden onder mij gelegen en
Ginder waar het koninklijke licht vol verwachting rijst en planeet
Vrede zijn edele hoofd verlegen afwent weggetrokken door
Fluweel pulserende radiografisch bestuurde trillingen van de lyra
Orpheus vertel mij ben ik het zelf die reciteert de snaren?

De lijn die verdeelt de akkers van de wateren en de hemelen
Wordt getrokken door een architect zonder enig kenmerk
Sidderend en bevend exploderen de kleuren in en tot mij
Elke kleur graag die u heeft alstublieft zo wens ik eenieder toe
Precies op het hoogste punt van deze dunne rechtvaardige lijn
Beweegt hij voort voorwaarts en hoe meer dichterbij hij komt
Balanceert hij nobeler dan een passagiersschip de eerste danser
Stralend als een groot glaswerk op en zo verlicht hij de wereld
Het vuur in hem tolt rond is de substantie van waarachtig leven
Uit de [on]bezonnen wateren van de zeeën uit de warme schoot

Verschijnt hij zelf uit de verwerkelijking van het eigenste
Innerlijke wezen vanaf het kristalliserende punt draaien
Zijn ogen glijden over de weg verbonden aan zijn kringloop hij
Zet alle krachten van zijn nucleus in zonder enig voorbehoud
Laat de schalen meten de kosmische maat in balans verdelen
Laat het zwaard bliksemschichten glinsteren en de schitterende
Meester van de hemelen is hij zijn innerlijk oog wentelt rond
De wereld de aard het natuurlijke gevolg trekt wendt tot vanuit
De oorsprong die hij zag spruiten uit de kern van het bewustzijn
In zijn schitterende ring van vuur reist hij keert zijn ziel terug

In de vrouwelijke schoot die geboorte geeft aan het bijzondere
Kind die in naam van licht doordringende getuigenissen aflegt
Vol van adem is hij daar staat danst wervelt tolt hij uit haar heupen
Is het leven op de blauwe planeet geworpen uit haar barensweeën
Gemodelleerd in klei is het betoverde lichaam aanbiddelijk kniel
Ik neder voor haar lotusvoeten mijn liefste kind uit volle borsten
Vloeit kostelijk voedzame melk als rijke honing een kolkende
Rivier en hij geliefd klein liefdeskind stelt krachtig zijn levenswil
Op de top van de bergketen waar sneeuwwitte rivieren vloeien
Naar de vallei penetreert hij de donkere grot en zaden vol leven

Ontspruiten uit de nachtelijke schaduw
Uit de diep gelegen schacht
Uit zijn eigen vruchtvlees
Uit zijn eigenste innerlijke noten
Weerklinken de tonen van de diapason

Een almaar groeiende
Potentialiteit
Zijn energie zijn stralen de zelf
Scheppende sterren de zonnen
Vuurvogel licht op de donkere zee

Ik schijn [dankzij hem]
Ik tril [dankzij hem]
Ik beweeg [dankzij hem]
Ik rijs [dankzij hem]
Ik rol en duw [dankzij hem]

Leg mijn golf voorwaarts vlei mijn trillende lichaam op het strand
Geduldig observeer ik mijn eigen objectieve subjectiviteit en
Vanaf dat ene weloverwogen moment begint mijn Odyssee
Naar dat ene doelgerichte moment vanaf de toppen van de trap
Daal ik voor de tweede keer af geheel kubistisch naakt ik
Mijn zelf ervarende ego mijn eigenlijke ik mijn tocht naar
Geaardheid in lichte kleuren die baden in de reflecterende zee
In goud stijg ik vanaf het boven gelegene en ik schijn almaar
Door zal ik mijn gids zijn in mijn eindeloze en oneindige reis
Vraag eenvoudig naar de weg en spreek uit de beelden die duiden
Richting geven aan het er zijn zing in heldere klanken schijn
Mijn licht op eigenschappen geheel op [n]iets gebouwd staat
De bruid gestript naakt door haar vrijzinnige gezel, zelfs


About this entry